Wie zit er in een toxische relatie?
Vraag een willekeurige HR-professional wat de kern van het vak is en je krijgt zelden ‘arbeidsrecht’ of ‘strategische planning’ te horen. De echte essentie is meestal: gedoe. Gedoe tussen collega’s, gedoe in teams, gedoe over werkdruk, verwachtingen, communicatie of systemen.
Eén categorie gedoe steekt er vaak bovenuit: de toxische relatie tussen medewerkers en hun werk. Niet toxisch in de zin van schadelijk voor de organisatie, maar toxisch zoals werk dat energie zuigt en onrust veroorzaakt. Het zijn de medewerkers die op maandagochtend al zuchten alsof ze een marathon hebben gelopen, of die in elk overleg beginnen met: “Ik zal er maar eerlijk over zijn…” gevolgd door iets met vermoeidheid of frustratie. Of die roepen “ik wil echt iets anders gaan doen”, maar meestal blijven zitten waar ze zitten. Loyaal, plichtsgetrouw en vastgeroest. En dat zie je vaak al van verre aankomen.
Van kwaad naar erger
Het begint met mild gedoe: wat wrijving, wat ruis, een collega die iets te hard zucht als hij zijn mailbox opent. Maar als het structureel wordt, als de medewerker meer energie verliest dan hij ergens terugkrijgt, of als er een zondagse knoop in de maag ontstaat bij het idee aan maandag, dan weet je dat je niet langer te maken hebt met een taakprobleem, maar met een werkrelatieprobleem. De medewerker en het werk zijn simpelweg niet meer goed voor elkaar.
Diepere laag
Dat is het moment waarop jij, gewapend met empathie en luistervaardigheid, voorzichtig gaat benoemen wat je ziet. Om de ruimte te creëren en eerlijk te onderzoeken wat er speelt. Soms ligt de oplossing binnen bereik: afspraken aanscherpen, verwachtingen verduidelijken, werkdruk realistischer verdelen of een leidinggevende ondersteunen. Maar er zijn situaties waarin de kern veel dieper zit. Het gaat dan niet meer over taken of processen, maar over identiteit. Over overtuigingen. Over patronen. Over iemand die al zo lang zo hard loopt dat hij is vergeten waar hij zelf eigenlijk staat.
Regie
Dat is precies het moment waarop loopbaancoaching een waardevol instrument wordt. Coaching biedt een objectieve spiegel op het moment dat medewerkers volledig vastzitten in hun eigen denkpatronen. Het helpt bij twijfel over de toekomst, bij vragen als ‘wil ik dit nog wel?’ of ‘past dit eigenlijk nog bij mij?’. Het ondersteunt medewerkers die zichzelf structureel wegcijferen, of die zijn vastgelopen in loyaliteit, perfectionisme of de angst om verandering toe te laten. Een loopbaancoach kan in die gevallen doen wat HR niet altijd kan: afstand creëren, patronen blootleggen, nieuwe perspectieven openen en mensen helpen weer regie te pakken. Want uiteindelijk is het niet normaal om een toxische relatie te hebben met je werk.